Selecteer een pagina

Geschiedenis

Van oorsprong was de molen in Santpoort verbonden met de hoge heerlijkheid Brederode. In het begin van de dertiende eeuw is deze door graaf Willem I van Holland beleend aan de eerste Heer van Brederode, Dirk de Eerste. Onder de heerlijkheid Brederode vielen toen onder meer de ambachten Tetterode (Overveen), Aalbertsberg (Bloemendaal), Vogelenzang en Velsen.

De heerlijkheid Brederode bezat het windrecht van de molen, dat wil zeggen het absolute recht om een molen op te richten en te exploiteren. De molen werd verpacht aan een molenaar tegen geld of natura. De Heren van Brederode ontvingen dan een zestiende deel van wat er op de molen werd gemalen. Tevens verkreeg de molen het heerlijke recht (regalia) van molendwang. Hiermee had de molen het recht om de ingezetenen van de dorpen van een bepaald deel van het rechtsgebeid van Brederode te verplichten hun koren op de molen in Santpoort te laten malen.

De oudste vermelding van een windmolen binnen Velsen dateert van 1329. Uit schriftelijke bronnen en een afbeelding uit ca. 1515 valt op te maken dat toen in Santpoort het oudste type korenmolen stond, een standaardmolen. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd deze molen volledig gesloopt. Reinoud IV van Brederode trachtte in 1583 tevergeefs de heerlijksheidmolen te herbouwen. Ergens na 1600 slaagde de Alkmaarse poorter Pieter Wollebrantsz er wel in om op dezelfde plek voor eigen kosten een standaardmolen te herbouwen. Voor het windrecht moest hij de Heer van Brederode jaarlijks vier gulden betalen.

In 1714 werd een nieuwe molen gebouwd. De slechte windvang deed de toenmalige molenaar Denijs besluiten de standaardmolen te vervangen door een grondzeiler. Deze werd gebouwd op een duin, ongeveer 65 meter ten westen van de oorspronkelijke plek. In een koopakte uit 1724 wordt deze molen voor het eerst als ‘De Zandhaas ’aangeduid. Na 1761 speelde opnieuw het probleem van een slechte windvang. Dat resulteerde in de bouw van de huidige stellingmolen in 1779.

De windvang bleef een probleem. Molenaar Boekel loste dat in 1920 heel modern op door het installeren van een elektrische maalinrichting met twee koppels stenen. Omstreeks 1936 werd de windaandrijving met drie koppels stenen definitief buiten werking gesteld.In 1957 viel het doek voor de Zandhaas als maalinrichting. De laatste korenmolenaar Klaas Boekel verkocht zijn monumentale molen aan de gemeente Velsen. Sindsdien werd de molen enkele uren per maand ‘loos ’gedraaid.

Het tij keerde voor korenmolen de Zandhaas toen een bevlogen clubje zich ging beijveren voor het terugbrengen van de maalvaardige staat van de molen. Dat resulteerde in de oprichting van Stichting Korenmolen De Zandhaas. In juni 1991 werd met de gemeente overeengekomen dat de stichting huurder werd van de molen, met als doel de molen in stand te houden en weer maalvaardig te maken. Dankzij twee grote restauraties in 1991 en 1998 kan de Zandhaas weer malen op de wind en kan gesproken worden van een monument in bedrijf. De molen wordt tegenwoordig draaiende gehouden door ambachtelijk molenaar Jos Kors. Een deel van de oude molenschuur is inmiddels verbouwd tot bezoekerscentrum.